Nacalculatie: weet jij welke klussen je geld kósten?
De badkamer is af, de klant is tevreden, de factuur van €13.800 is betaald. Goede klus, zeg je 's avonds aan de keukentafel. Maar als iemand vraagt hóé goed — hoeveel er onder aan de streep van die €13.800 voor jou overbleef — dan wordt het een schatting. Ergens tussen de drie- en vijfduizend, denk je. Misschien.
Dat "misschien" is het duurste woord in de bouw. Want je jaarrekening vertelt je in maart of je in totaal winst hebt gemaakt, maar hij vertelt je nooit dát die ene serie badkamers met een bad-op-pootjes je elke keer twee dagen kostte die je nooit hebt gerekend. En dus offreer je hem volgend jaar weer precies zo.
Voorcalculatie en nacalculatie, in gewoon Nederlands
Voorcalculatie is je offerte: wat je vóóraf inschat aan uren, materiaal en marge.
Nacalculatie is de controle achteraf: wat het écht is geworden.
Het verschil tussen die twee is het enige leermoment dat je bedrijf heeft. Zonder nacalculatie is elke offerte een gok gebaseerd op de vorige gok. Mét nacalculatie wordt je inschatting elk kwartaal een beetje scherper, en dat effect stapelt: bedrijven die dit vijf jaar doen, offreren niet hoger — ze offreren raker, en verliezen minder klussen omdat ze niet meer overal een dikke veiligheidsmarge overheen hoeven te gooien.
De reden dat vrijwel niemand het doet, is simpel. Het voelt als boekhouden, en boekhouden doe je 's avonds, en 's avonds is je hoofd op.
Wat je minimaal moet bijhouden (vier velden, echt niet meer)
Je hebt geen urenregistratiesysteem nodig. Je hebt vier getallen per klus nodig, in een spreadsheet of een notitie in je telefoon:
- Gewerkte uren — allemaal. Ook het opnamebezoek, ook de rit naar de groothandel, ook het uurtje dat je op zaterdag terugging voor die ene plek.
- Materiaal en inkoop — de bonnen die aan deze klus hangen, plus ingehuurde onderaannemers.
- Meerwerk — wat er extra is gedaan, en of je het hebt gefactureerd of weggegeven.
- Onvoorzien — houtrot, een verrotte afvoer, een klant die drie keer van kleur wisselt. In uren of euro's.
Punt 1 is waar het misgaat. Bijna iedereen registreert alleen productieve uren op de klus zelf, en laat opname, offerte, groothandel, ritten en nazorg buiten beschouwing. Dat is precies waar de winst weglekt: die uren zijn er wél, ze verdwijnen alleen in je avond in plaats van in je administratie.
Doe het aan het eind van de klus in tien minuten. Niet perfect, wel eerlijk.
Rekenvoorbeeld: een badkamer die "goed liep"
| Post | Begroot (offerte) | Werkelijk | Verschil |
|---|---|---|---|
| Arbeid | 72 uur | 89 uur | +17 uur |
| Materiaal + sanitair | €5.400 | €5.750 | +€350 |
| Tegelzetter (inhuur) | €1.800 | €1.800 | €0 |
| Meerwerk (gefactureerd) | — | +€600 | +€600 |
| Omzet excl. btw | €13.800 | €14.400 | +€600 |
Op papier: prima. €600 méér omzet dan begroot.
Nu de andere kant. Die 17 extra uren zijn niet gratis. Reken je met een kostprijs van €48 per uur (daar zo meer over), dan kosten ze je €816. Plus €350 extra materiaal. Tegenover €600 extra omzet staat dus €1.166 aan extra kosten: de klus liep €566 slechter dan begroot, terwijl je gevoel zei dat hij goed liep.
En de interessante vraag is niet "hoe erg is dat". Die 17 uur zaten ergens. Als je bij de volgende drie badkamers hetzelfde ziet, weet je dat je standaard 20% te krap begroot — en dan is dat geen pech meer, maar een instelling die je aanpast.
Je échte kostprijs per uur
Om een nacalculatie te kunnen maken heb je één getal nodig dat de meeste zzp'ers niet paraat hebben: wat kost een uur van jou eigenlijk?
Het valt niet samen met je uurtarief, en ook niet met wat je jezelf uitbetaalt. Reken het zo:
- Een fulltime jaar is ruwweg 1.850 uur (46 werkweken × 40 uur).
- Daarvan gaat af: offertes, administratie, groothandel, ziekte, scholing, leegloop. Realistisch houd je 1.300 tot 1.500 declarabele uren over — een vuistregel die de meeste boekhouders in de bouw hanteren. Ter vergelijking: de Belastingdienst hanteert voor het urencriterium (zelfstandigenaftrek) een ondergrens van 1.225 uur aan werkzaamheden voor je onderneming, en dat is nadrukkelijk niet hetzelfde als factureerbare uren.
- Tel je vaste jaarlasten op: bus, verzekeringen (AOV, AVB), gereedschap, telefoon, boekhouder, software, opslag, pensioen. Bij een zzp-schilder komt dat vaak op €12.000 tot €20.000 per jaar.
Wil je bruto €55.000 overhouden en heb je €16.000 aan vaste lasten, dan moet er €71.000 binnenkomen uit 1.400 declarabele uren. Dat is een kostprijs van ruim €50 per uur — voordat er één euro winst of risicomarge in zit. Reken je €45 en denk je dat dat lekker concurrerend is, dan werk je met verlies en merk je het pas als de bus vervangen moet worden.
Dit is ook precies waarom offertes van een paar jaar terug niet meer kloppen: je kostprijs is meegestegen met verzekeringen, materiaal en brandstof, terwijl je tarief bleef staan. Daar schreven we eerder over in waarom je offerte van 2023 niet meer klopt.
De drie patronen die na tien klussen zichtbaar worden
Zodra je tien nacalculaties op een rij hebt staan, zie je vrijwel altijd hetzelfde:
1. Eén klustype vreet je marge. Bijna elk bedrijf heeft er één: kleine spoedklussen, badkamers in oude jaren-30-panden, of buitenwerk aan woningen met veel houtrot. Je verliest er geen geld op omdat je te goedkoop bent, maar omdat je er structureel te weinig uren voor rekent. Oplossing: een vaste opslag op dat type, of het niet meer aannemen.
2. Kleine klussen zijn verhoudingsgewijs het duurst. Opname, offerte, aanrijden en opruimen kosten ongeveer evenveel bij €800 als bij €8.000. Zonder een fatsoenlijke opstart- of voorrijpost betaal jij die overhead. In de richtprijzen voor buitenschilderwerk staat die post er daarom expliciet in.
3. Weggegeven meerwerk is je grootste lek. Niet de klussen die misliepen, maar de "even'tjes" die je nooit hebt gefactureerd. Zet in je nacalculatie apart hoeveel uur je hebt weggegeven. Bij de meeste bedrijven staat daar over een jaar een bedrag waar je stil van wordt.
Wat je met de uitkomst dóét
Nacalculeren zonder er iets mee te doen is administratie. Er zijn maar drie knoppen:
- Je uurtarief. Ligt je kostprijs boven wat je rekent, dan is dit de enige echte fix. Ga je omhoog, doe het dan bij nieuwe offertes en niet halverwege een lopende klus.
- Je urenraming. Zie je bij een klustype structureel +15 tot +20%, verwerk dat dan in je standaardraming. Dat is geen "buffer inbouwen", dat is stoppen met jezelf voor de gek houden.
- Je aannamebeleid. Sommige klussen horen gewoon niet meer bij je bedrijf. Dat besluit kun je pas nemen als je de cijfers hebt.
En de vierde, die geen knop is maar wel het meest oplevert: meerwerk vooraf vastleggen en gewoon factureren.
Begin klein
Je hoeft dit niet voor je hele administratie op te tuigen. Pak je laatste drie afgeronde klussen, schat de werkelijke uren zo eerlijk als je kunt, en zet ze naast wat je begrootte. Eén avond werk, en je weet meer over je bedrijf dan je jaarrekening je ooit heeft verteld.
Daarna wordt het pas echt makkelijk als je voorcalculatie zelf al klopt. In Hammerr bouw je een offerte op uit foto's en een gesprek, met jouw eigen tarieven en urennormen per onderdeel — zodat je begrote uren geen natte vinger zijn maar een getal waar je op terug kunt kijken. Probeer het gratis en leg je volgende offerte naast de nacalculatie van je vorige klus.
Lees ook: wat je zegt als de klant 'te duur' roept · hoe je meerwerk wél betaald krijgt
Verwante artikelen
'Te duur.' Zo reageer je zonder meteen in je prijs te zakken
De klant vindt je offerte te duur. Meteen zakken kost je marge, boos worden kost je de klus. Zo achterhaal je wat er écht speelt en houd je je prijs overeind.
Richtprijzen buitenschilderwerk 2026: per raam, deur en meter
Wat rekenen schilders in 2026 per raam, deur, boeiboord en m² betimmering? Complete richtprijzen voor buitenschilderwerk — nieuwe kleur én zelfde kleur.

